Klacht over vervulling van zorgplicht. Klacht ongegrond.
De situatie
Twee leerlingen zijn hoogbegaafd en hebben last van psychische klachten. Beide leerlingen hebben moeite met het volgen van het regulier onderwijs. De leerlingen vallen uit en komen thuis te zitten. De school en klaagster zijn het erover eens dat de leerlingen een ondersteuningsbehoefte hebben. Voor de leerlingen wordt een OPP opgesteld, waarin is opgenomen dat de leerlingen digitaal afstandsonderwijs kunnen volgen bij een internationale school. De school krijgt voor het digitale afstandsonderwijs een subsidie. In juni 2024 geeft de school aan geen kosten meer aan het digitaal afstandsonderwijs van de internationale school te betalen. De internationale school brengt klaagster hiervan op de hoogte. Er worden diverse mogelijkheden tussen klaagster en de school besproken om aan de ondersteuningsbehoefte van de leerlingen te voldoen. Over een passende invulling van de ondersteuningsbehoefte wordt geen overeenstemming bereikt.
Oordeel Commissie
De klacht met betrekking tot de zorgplicht is ongegrond.
Zorgplicht
Op basis van wetgeving heeft de school een verplichting om passend onderwijs aan te bieden. Deze verplichting staat in artikel 2.41 van de Wet voortgezet onderwijs 2020. In de klacht staat centraal of de zorgplicht van de school mede inhoudt dat zij gehouden is de kosten van de internationale school te betalen. Volgens de Commissie is dit niet het geval. De school is gehouden aan het wettelijk kader van passend onderwijs en heeft zich volgens de Commissie voldoende ingespannen om aan de zorgplicht te voldoen. Daarnaast geeft het wettelijk kader aan de school ruimte om af te wijken met betrekking tot de internationale school en wisten partijen dat de subsidie éénmalig werd verstrekt. Dat in het verleden door de school hier mogelijk anders mee is omgegaan, leidt niet tot gegrondverklaring van de klacht.