Klacht over vervulling van zorgplicht. Klacht ongegrond.
De situatie
Een periode van tweeënhalf jaar zijn er tussen de leerling en een andere leerling ruzies. Op 1 maart 2024 zijn deze ruzies geëscaleerd. Op deze dag heeft de leerling van de andere leerling een klap op het achterhoofd gehad. Toen de school van dit geweldsincident op de hoogte raakte, heeft zij de andere leerling voor vijf dagen geschorst. Mogelijk (mede) als gevolg van het opgelopen letsel en trauma is de leerling niet teruggekeerd naar de school, omdat haar belastbaarheid voor schoolwerk is aangetast. Tijdens een MDO-overleg in maart 2025 is geconcludeerd dat terugkeer naar de school waarschijnlijk niet haalbaar is. Er zijn afspraken gemaakt over het contact met leerplicht, de jeugdarts en de mogelijkheid tot overstap naar het Mbo.
Oordeel Commissie
De klacht over het onvoldoende optreden tegen de veroorzaker van het geweld is ongegrond. De klacht met betrekking tot het tekortschieten in de begeleiding van en het tonen van empathie naar de leerling is ongegrond.
Optreden tegen geweld
In het onderwijs geldt het uitgangspunt dat een school een veilige en vertrouwde omgeving moet zijn voor de leerlingen. Een klacht over het onvoldoende bieden van veiligheid is pas gegrond als sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de school. De school heeft een zelfstandige bevoegdheid om te beslissen of een leerling wordt geschorst of verwijderd. De school heeft volgens de Commissie aannemelijk gemaakt dat er een zorgvuldige belangenafweging is gemaakt ten aanzien van de schorsing.
Begeleiding na geweldsincident
De Commissie heeft op basis van het procesdossier en de informatie tijdens de zitting geconstateerd dat de school zich heeft ingespannen om de ruzie tussen de leerling en de andere leerling te verminderen om aan de zorgplicht te voldoen. In voldoende mate is aangetoond dat voldoende inspanningen door de school zijn gedaan om in contact te blijven met klaagster en de leerling na het geweldsincident.