Klacht over melding Veilig Thuis en zorgplicht. Klacht ongegrond.
De situatie
Klager heeft twee dochters waarover hij geen ouderlijk gezag heeft. Wel is klager betrokken bij de opvoeding en verzorging van zijn kinderen. Bij deze twee kinderen worden leerproblemen geconstateerd. De leerlingen worden door klager en de moeder bij een andere school aangemeld. Deze school biedt speciaal onderwijs aan. Op de nieuwe school ontstaan er problemen in de communicatie met klager. De school maakt bij Veilig Thuis een melding van een onveilige situatie en heeft daarbij het weegformulier gebruikt. Na het indienen van het klachtenformulier is een mediationtraject gestart tussen klager en de school. Dat traject is beëindigd zonder het bereiken van een oplossing.
Oordeel Commissie
De klacht over de melding bij Veilig Thuis is ongegrond. De klacht met betrekking tot de zorgplicht is ongegrond.
Veilig Thuis
Elke school in Nederland is verplicht bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling de meldcode te volgen. De school heeft een eigen bevoegdheid om zelfstandig een melding bij Veilig Thuis te doen. De Commissie stelt zich daarom terughoudend op en gaat in de klachtenprocedure na of de school haar beslissing zorgvuldig heeft genomen. De Commissie acht de werkwijze van de school niet onzorgvuldig.
Zorgplicht
Het uitgangspunt binnen het onderwijs is dat een school een veilige en vertrouwde omgeving moet zijn voor de leerlingen. Een school heeft hierbij een wettelijke zorgplicht. Als zich voorvallen voordoen waarbij de veiligheid in het geding is en waarbij een leerling zich vanwege het gedrag van een medeleerling niet veilig voelt, wil dat op zichzelf nog niet zeggen dat de school tekortgeschoten is in haar zorgplicht. Een klacht is pas gegrond als er sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de school. De Commissie stelt vast dat er geen feiten en omstandigheden zijn aangedragen die maken dat de school anders had moeten handelen, nu er sprake was van een bepaalde mate van voorzienbaarheid. Daarnaast heeft de school bij het opleggen van een maatregel een zekere discretionaire bevoegdheid, waardoor de Commissie zich terughoudend opstelt. Het opleggen van een strafmaatregel met de toezegging het contact met de leerling extra in de gaten te houden, komt de Commissie niet als onvoldoende passend voor.