Klacht over een onveilige sfeer in de klas en het handelen van de leerkracht in relatie tot de mentale gezondheid van de leerling. Klacht ongegrond.
De situatie
De klacht is ingediend door de ouders van een leerling die vanaf 2017 onderwijs volgde op de school en in schooljaar 2024-2025 in een gemengde bovenbouwgroep zat. De klacht ziet op de ervaren onveilige sfeer in de klas en het handelen van de leerkracht, en op het effect daarvan op de mentale gezondheid van de leerling.
De ouders stellen dat de leerkracht onvoldoende professioneel heeft gehandeld, onder meer door het gebruik van krachttermen, het uiten van boosheid in de klas en het onthouden van lessen. Hierdoor zou bij de leerling een gevoel van onveiligheid zijn ontstaan en zou zijn mentale gezondheid zijn verslechterd. De school stelt dat zij signalen serieus heeft genomen, gesprekken heeft gevoerd met ouders en leerling, en zich heeft ingespannen om de situatie te verbeteren.
Oordeel Commissie
De klacht over een onveilige sfeer in de klas is ongegrond. De klacht over het handelen van de leerkracht in relatie tot de mentale gezondheid van de leerling is ongegrond.
Onveilige sfeer in de klas
De Commissie stelt vast dat gevoelens van onveiligheid bij een leerling niet automatisch betekenen dat de school haar zorgplicht heeft geschonden. Uit het dossier blijkt dat de school signalen over veiligheid heeft opgepakt, gesprekken heeft gevoerd met ouders en leerling en dat de intern begeleider vanaf januari 2025 kindgesprekken heeft gevoerd over de ervaren veiligheid. Uit deze gesprekken blijkt dat de leerling zich op dat moment voldoende veilig voelde. De door ouders genoemde voorbeelden geven onvoldoende aanknopingspunten om te concluderen dat sprake is geweest van een structureel onveilige situatie in de klas.
Mentale gezondheid van de leerling
De Commissie stelt vast dat de school gedurende de schoolloopbaan aandacht heeft gehad voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling en hierover regelmatig met ouders in overleg is geweest. Nadat de school bekend werd met zorgen over de mentale gezondheid van de leerling, zijn gesprekken gevoerd en zijn verschillende mogelijkheden besproken om de situatie te verbeteren, waaronder bemiddeling. Dat ouders uiteindelijk hebben besloten hun zoon thuis te houden, maakt niet dat de school onzorgvuldig heeft gehandeld. Van de school kan niet worden verwacht dat zij professionele zorg verleent bij mentale gezondheidsproblemen.