You are here

Klacht over schorsing subsidiariteit communicatie professionaliteit. Klacht gegrond.

Klacht over schorsing subsidiariteit communicatie professionaliteit. Klacht gegrond.

Het betreft een formele schorsing. Dat de leerling de mogelijkheid kreeg in een andere ruimte de CITO-toets te maken op de schorsingsdag doet daar niet aan af, nu bij een schorsing de plicht hoort schoolwerk te verschaffen. Nu er op die dag de CITO-toets werd afgenomen, was de school verplicht die dag de mogelijkheid te geven deze toets te maken. Niet gebleken is dat in het kader van de schorsing alle in aanmerking komende belangen in voldoende mate zijn meegewogen. Bij de oplegging van de schorsing is gekeken naar de ernst van het letsel. Niet is gebleken dat is meegewogen dat de leerling niet eerder een incident heeft veroorzaakt en dat niet met opzet is gehandeld, hoe vervelend de gevolgen ook zijn voor het slachtoffer. De schorsing was bedoeld als een moment van bezinning. Voor dat doel was het echter niet noodzakelijk een schorsing op te leggen, ook al was de duur daarvan maar één dag. Volstaan had kunnen worden met een time-out, althans een andere minder verstrekkende maatregel als genoemd in de schoolgids. Bovendien valt het incident niet onder de in de schoolgids genoemde ernstige redenen om tot schorsing over te gaan. De schorsing voldoet niet aan het subsidiariteitsvereiste. Aan het schorsingsbesluit kleven bovendien enkele formele gebreken. Zo staat in het Protocol dat in het gesprek met de directeur na een incident ook de leerkracht aanwezig dient te zijn en er nadrukkelijk oplossingsmogelijkheden moeten worden verkend. Dit is niet gebeurd. Klaagster reageerde fel op de schorsing, onder meer door te dreigen met de politie. In een dergelijke situatie is het de professionele taak van de school om de-escalerend op te treden en de communicatie open te houden. Een gesprek waarbij in tegenstelling tot het Protocol niet de leerkracht maar een bestuurslid aanwezig was, past niet in een de-escalerende attitude. Klagers hebben tijdig schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de schorsing. Daarna heeft verweerster het bezwaar met de directeur besproken. Het intern bespreken van het bezwaarschrift is echter geen beslissing op bezwaar, omdat klagers niet kunnen weten wat er besloten is. Dat klagers twee maanden na hun bezwaar een klacht hebben ingediend, laat onverlet dat het bestuur tijdig een beslissing op het ingediende bezwaar diende te nemen.

 

Uitspraakdatum
8-7-2020
Klachtnummer
2020/059
Identiteit
Algemeen Bijzonder
Sectoren
Primair Onderwijs
Commissies
Landelijke Klachtencommissie voor het algemeen bijzonder onderwijs
Onderwerpen
Communicatie, Schorsing