You are here

Klacht over niveau diploma en communicatie over achterblijvende prestatie. Klacht deels gegrond.

Klacht over niveau diploma en communicatie over achterblijvende prestatie. Klacht deels gegrond.

Niveau diploma en communicatie over achterblijvende prestaties. Klacht deels gegrond.

De school heeft, naar het standpunt van klaagster ten onrechte, aan de leerling een diploma op vmbo-basis niveau afgegeven. De Commissie kan de beslissing van de school tot het afgeven van het diploma op vmbo-basis niveau slechts marginaal toetsen, nu het een autonome bevoegdheid van de school betreft. De Commissie is van oordeel dat de school de beslissing over het niveau van het diploma voldoende heeft toegelicht en het voor de school, gelet op de regelgeving, niet mogelijk was aan de leerling een diploma op vmbo-kader niveau af te geven. Het klachtonderdeel is ongegrond. De klacht ziet voorts op een gebrek in de communicatie met klaagster over de prestaties van haar zoon. Klaagster is daardoor in de veronderstelling geweest en gebleven dat haar zoon een diploma op een hoger niveau zou krijgen en daarmee de door hem gewenste vervolgopleiding kon starten. De Commissie merkt op dat zij zijdens de school geen schriftelijke communicatie heeft aangetroffen die de stelling van de school dat zij diverse malen met klaagster gesproken heeft over de achterblijvende prestaties en het mogelijk afstromen in niveau onderschrijven. Dit maakt het voor de Commissie lastiger een goed oordeel te vormen over hetgeen al dan niet tussen partijen besproken is. Wel is vast komen te staan dat klaagster verbaast was over de uitkomst van de docentenvergadering, de Commissie acht het dan ook niet ondenkbaar dat klaagster een andere inschatting van de situatie heeft gemaakt en de gevolgen niet heeft kunnen overzien. De Commissie komt tot het oordeel dat de school onvoldoende aan verwachtingenmanagement heeft gedaan en sprake is van onvoldoende zorgvuldigheid in de communicatie. Klacht gegrond. De klacht dat de school onvoldoende heeft ondernomen om ervoor te zorgen dat de zoon van klaagster de gewenste vervolgopleiding zou kunnen volgen is ongegrond. Gebleken is dat de school vele pogingen, binnen de mogelijkheden die zij daartoe had, heeft ondernomen om aan de wens van de zoon van klaagster te voldoen. Zo heeft de school, hoewel daartoe niet verplicht, nauw contact gezocht met de beoogde vervolgopleiding teneinde te bekijken welke doorstroommogelijkheden er (op termijn) zijn. De school heeft echter geen invloed op het toelatingsbeleid van de vervolgopleiding.

Uitspraakdatum
23-11-2020
Klachtnummer
2020/136
Identiteit
Protestants Christelijk
Sectoren
Voortgezet Onderwijs
Commissies
Landelijke Klachtencommissie voor het Christelijk primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneducatie
Onderwerpen
Bevordering