Klacht over het niet volgen van de verwijderingsprocedure, onzorgvuldige besluitvorming en communicatie. De Commissie onthoudt zich van een oordeel.
De situatie
De klacht is ingediend door de ouders van een leerling die als kleuter is gestart op de school en in het schooljaar 2024-2025 onderwijs volgde in de eerste klas. Vanaf de kleuterperiode vertoonde de leerling onwenselijk gedrag, waaronder het niet accepteren van gezag, ondermijnend gedrag en woede-uitbarstingen. In mei 2024 is bij de leerling hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit vastgesteld. De ouders hebben deze informatie met de school gedeeld en afspraken gemaakt over begeleiding, maar dit traject is voortijdig beëindigd.
In september 2024 heeft de school de ouders telefonisch meegedeeld dat de leerling niet langer welkom was. De leerling werd vanaf dat moment niet meer toegelaten tot de klas. De school heeft dit besluit later gemotiveerd met een beroep op handelingsverlegenheid. Het samenwerkingsverband bleek niet volledig geïnformeerd over de genomen beslissing. De leerling is uiteindelijk toegelaten tot een andere school en volgt daar inmiddels onderwijs.
Oordeel Commissie
De Commissie onthoudt zich van een oordeel over de klacht, omdat verweerder de onzorgvuldigheid van de gevolgde procedure heeft erkend en daarmee de gegrondheid van de klacht vaststaat.
Verwijderingsprocedure
De Commissie stelt vast dat verweerder heeft erkend dat de wettelijk voorgeschreven verwijderingsprocedure niet is gevolgd. Afspraken zijn niet nagekomen, evaluaties zijn uitgebleven en ouders zijn geconfronteerd met een ingrijpend besluit zonder dat dit voor hen voorzienbaar was. Ook is onvoldoende verantwoordelijkheid genomen om tijdig een passende vervolgplek te organiseren en is het samenwerkingsverband onvolledig geïnformeerd.
Besluitvorming en communicatie
De Commissie stelt vast dat de communicatie rondom de besluitvorming onzorgvuldig is geweest. Hoewel verweerder heeft toegelicht dat het besluit onder complexe omstandigheden tot stand is gekomen, is onvoldoende gebleken van tijdige en transparante afstemming met ouders. Verweerder heeft erkend dat fouten zijn gemaakt en heeft hiervoor excuses aangeboden. De Commissie kan niet vaststellen dat verweerder zich bewust onheus heeft opgesteld, maar constateert wel dat de wijze van communiceren heeft bijgedragen aan wantrouwen en emotionele belasting bij ouders.