Klacht over dyslexieondersteuning, zorgplicht en ongelijke behandeling. Klacht ongegrond.
De situatie
De klacht is ingediend door de moeder van een leerling die in het schooljaar 2024-2025 is gestart in de brugklas van het voortgezet onderwijs. Bij aanmelding heeft klaagster de school geïnformeerd over de ernstige dyslexie van haar dochter en de daarbij behorende ondersteuningsbehoefte. De school heeft de leerling toegelaten en aangegeven dat zij ondersteuning zou bieden conform het geldende dyslexieprotocol.
In de loop van het schooljaar is gebleken dat de leerling behoefte had aan meer auditieve ondersteuning. De school heeft diverse voorzieningen getroffen, waaronder digitale boeken, extra tijd bij toetsen en een leespen. Klaagster heeft verzocht om haar dochter ook tijdens toetsen gebruik te laten maken van auditieve ondersteuning. De school heeft dit verzoek afgewezen, waarna klaagster een klacht heeft ingediend. Klaagster stelt dat de school haar zorgplicht heeft geschonden en haar dochter ongelijk heeft behandeld.
Oordeel Commissie
De klacht over schending van de zorgplicht is ongegrond. De klacht over ongelijke behandeling is ongegrond.
Zorgplicht en dyslexieondersteuning
De Commissie stelt vast dat de school bij de toelating is uitgegaan van de beschikbare informatie, waaruit volgde dat de leerling met basisondersteuning onderwijs kon volgen. Het vaststellen en toepassen van een dyslexieprotocol valt binnen de beleidsvrijheid van de school. De school heeft voorzieningen getroffen die binnen dit protocol passen en heeft zich ingespannen om de ondersteuningsbehoefte van de leerling zo goed mogelijk te faciliteren. Dat sommige hulpmiddelen later beschikbaar kwamen, maakt niet dat de school onzorgvuldig heeft gehandeld.
Ongelijke behandeling
De Commissie stelt vast dat de toelating van de leerling met haar dyslexiebeperking niet in strijd is met de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Het weigeren van auditieve ondersteuning tijdens toetsen vloeit voort uit de gemaakte beleidskeuzes binnen het dyslexieprotocol. Dat andere vormen van ondersteuning niet zijn aangeboden, betekent niet dat sprake is van ongelijke behandeling. Ook het beroep op artikel 3.54 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 slaagt niet, nu deze bepaling ziet op examenvoorzieningen en niet van toepassing is op de situatie van de leerling.