You are here

Klacht over schooladvies en ondersteuningsbehoefte. Klacht deels gegrond, deels ongegrond.

Klacht over schooladvies en ondersteuningsbehoefte. Klacht deels gegrond, deels ongegrond.

Klacht over de beschrijving van de ondersteuningsbehoeften van de leerling in het schooladvies. Klagers zijn het niet eens met de bewoordingen die gebruikt zijn in de documenten van het schoolverlatersonderzoek (oa. OPP en HIT-document). Zij stellen dat hierdoor hun dochter niet is toegelaten tot de school. Verder klagen zij over het douchebeleid van de school.

De Commissie is van oordeel dat het vaststellen van het schooladvies de verantwoordelijkheid van de school is en het schooladvies hoeft niet overeen te komen met de wensen van klagers. Door de school is terecht gesteld dat zij zich bij de overdracht naar het VO aan wettelijke kaders moet houden en dat in de documenten die naar het VO gestuurd worden de ondersteuningsbehoeften en belemmerende factoren van (naam leerling) beschreven moeten worden, ook al hebben ouders een andere opvatting hierover.

Het kan zijn dat het beeld dat de groepsleerkracht in de rapportage van de leerling heeft geschetst niet overeenkomt met het beeld van de ouders. Daarmee is niet gezegd dat het een onwaar of eenzijdig beeld is.

In dit geval blijkt echter dat niet alleen klagers bezwaar hadden tegen de bevindingen uit het schoolverlatersonderzoek, maar ook een enkele medewerker van de school hierover twijfels had.

De school heeft op verschillende niveaus gecommuniceerd en daarbij onderling niet altijd op één lijn heeft gezeten. Mede daardoor heeft het * College zich genoodzaakt gezien de school te vragen het schooladvies nog nader te onderbouwen. De bewoordingen in het schoolverlatersonderzoek weken namelijk af van hetgeen tijdens de ‘warme’ overdracht besproken was.

Op 17 maart 2019 heeft de school het schooladvies naar VMBO-TL bijgesteld en naar het * College verstuurd. Het OPP en het Hit document zijn echter ongewijzigd gebleven. Op 11 april 2019 hebben klagers een afwijzing van het * College ontvangen.

De Commissie stelt vast dat de school en klagers op 15 mei 2019 gezamenlijk alle documenten hebben besproken en feitelijke onjuistheden uit de documenten zijn gehaald.

De bewoordingen in het OPP zijn door de school aangepast, zodat geen sprake meer kan zijn van meervoudige interpretatie.

Hoewel door de school gesteld is dat tijdens deze bijeenkomst niet zozeer de inhoud als wel de vorm van het OPP aangepast is, is de eerder gebruikte bewoordingen met betrekking tot de ondersteuning van (naam leerling) voor meerdere uitleg vatbaar was en daardoor niet voldoende objectief opgesteld was. Dit blijkt uit zowel de ontstane onduidelijkheid binnen de school zelf als het verzoek tot nadere onderbouwing van het * College.

De school had het opstellen van het schoolverlatersonderzoek voor de overdracht aan het VO zorgvuldiger moeten toetsen. Zeker nu klagers meteen op 4 maart 2019 hebben aangegeven niet akkoord te gaan met zowel het schooladvies als de inhoud van de opgestelde documenten van het schoolverlatersonderzoek (met name de wijze waarop de belemmerende factoren van (naam leerling) beschreven worden) en er kennelijk ook binnen de school over het schooladvies en de noodzakelijke ondersteuning onduidelijkheid bestond, was het zorgvuldiger geweest om meteen na het bezwaar van klagers en de ontstane onduidelijkheid op de school, voorafgaand aan de verzending aan het VO, in samenspraak met klagers eventuele onjuistheden of onduidelijke bewoordingen uit de documenten te filteren, om interpretatieverschillen te voorkomen. Op dat moment was er nog voldoende tijd geweest om de documenten aan te passen en (naam leerling) in te kunnen schrijven. Dit is nu pas op 15 mei 2019 gebeurd en hoewel dit nog binnen de aanmeldingstermijn voor het VO viel en er door deze gezamenlijke aanpassingen in de documenten geen sprake meer is van eenzijdige verslaglegging, heeft er in de tussentijd onduidelijkheid kunnen bestaan over de ondersteuningsbehoefte van (naam leerling).

Dat had gevolgen kunnen hebben voor de acceptatie op het vervolgonderwijs. In zoverre is de klacht gegrond.

Met betrekking tot het douchen is (naam leerling) tegemoet  gekomen in die zin dat zij in een aparte cabine mag douchen. Er is aldus een uitzondering gemaakt en ten onrechte krijgt de school tegengeworpen zich principieel aan het beleid vast te houden. Helaas voelt zij zich hier nog steeds niet veilig, maar niet gesteld kan worden dat de school te weinig heeft gedaan om voor haar tot een oplossing te komen. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Uitspraakdatum
17-6-2019
Klachtnummer
2019/096
Identiteit
Katholiek
Sectoren
Speciaal Onderwijs
Commissies
Landelijke Klachtencommissie voor het Katholiek primair en speciaal onderwijs, beroepsonderwijs, volwasseneducatie en voortgezet onderwijs
Onderwerpen
Schooladvies, Didactische begeleiding