You are here

Klacht over niet bevorderen naar havo 4 en fraude bij toetsen

Klacht over niet bevorderen naar havo 4 en fraude bij toetsen

Niet bevorderen naar 4 havo en fraude bij toetsen.

De Commissie stelt vast dat door de school onderzoek is gedaan naar het lekken van de toets scheikunde, waarbij niet is komen vast te staan dat er daadwerkelijk gefraudeerd is. De school heeft hier geen bewijs voor kunnen vinden. Dit in tegenstelling tot de toets wiskunde, die door de school na het onderzoek ongeldig is verklaard. De Commissie stelt vast dat (naam leerling) een 5,2 voor de scheikundetoets heeft gehaald. Zij heeft dit door eigen inzet en op eigen kracht behaald en heeft de toets die naar haar gemaild was niet ingezien. De Commissie is van oordeel dat zij geen nadeel heeft ondervonden door de wijze waarop de school heeft opgetreden tegen het vermeende frauderen van de andere leerlingen. Zij kan dan ook om die reden geen aanspraak maken op een hoger cijfer voor de scheikundetoets. In zoverre is dit klachtonderdeel ongegrond.

Doordat (naam leerling) op haar eindrapport 3 onvoldoendes stond is zij in de bespreekzone terecht gekomen.

Het besluit een leerling te bevorderen betreft een zogenoemde autonome bevoegdheid van de school.

Dit houdt in dat de school binnen zekere grenzen vrij is de normering vast te stellen en deze toe te passen. Er is in deze klacht dan ook sprake van een terughoudende toetsing, dat wil zeggen dat deCommissie slechts kan beoordelen of de school de eigen procedure juist heeft gevolgd en in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.

De Commissie stelt vast dat de beslissing (naam leerling) niet te bevorderen naar havo 4 conform de huidige overgangsnormen is genomen. De school heeft hierbij aangegeven dat ondanks de goede werkhouding van (naam leerling), de overgangsvergadering van oordeel was dat haar basis te mager was om naar havo 4 bevorderd te worden. De docenten hebben op grond van hun kennis en ervaring een professioneel oordeel gevormd. De Commissie treedt niet in dit proces van intersubjectieve oordeelsvorming van de overgangsvergadering. De Commissie stelt vast dat (naam leerling) volgens de bevorderingsnormen van de school niet bevorderd kan worden naar havo 4. Dit besluit heeft de school naar het oordeel van de Commissie in redelijkheid genomen. De Commissie stelt ook vast dat de beslissing voldoende duidelijk aan klagers gecommuniceerd is. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Uitspraakdatum
5-11-2019
Klachtnummer
2019/175
Identiteit
Protestants Christelijk
Sectoren
Voortgezet Onderwijs
Commissies
Landelijke Klachtencommissie voor het Christelijk primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneducatie
Onderwerpen
Bevordering