You are here

Klacht over verwijdering vanwege drugsdealen. Klacht ongegrond.

Klacht over verwijdering vanwege drugsdealen. Klacht ongegrond.

Verwijdering vanwege drugsdealen. Klagers hebben mondeling te horen gekregen dat zij bezwaar tegen de verwijdering konden maken. De school heeft de berichten op de telefoon van (naam leerling) onderzocht.

De bezwaarclausule had schriftelijk opgenomen dienen te worden in het verwijderingsbesluit, voorzien van een adres waar het bezwaar naartoe gezonden kon worden. Immers, het is begrijpelijk dat dergelijke mondeling gegeven informatie, tijdens een belastend gesprek over de verwijdering van hun kind, niet door klagers kon worden onthouden.

Het bezwaar is door klagers gestuurd aan de persoon die in de schoolgids vermeld wordt als contactpersoon in het kader van klachten. Het had in de rede gelegen dat deze contactpersoon ervoor had gezorgd dat het bezwaar bij de juiste persoon terecht gekomen zou zijn. Deze foutieve adressering valt klagers niet aan te rekenen. 

Onbetwist is dat (naam leerling) een XTC- pil op school heeft gegeven aan een andere leerling. Het beleid van de school zoals neergelegd in het Reglement genotmiddelen komt erop neer dat men bij dealen een zero tolerance beleid hanteert. Nu in dat Reglement wordt vermeld dat onder dealen ook wordt verstaan het betrokken zijn bij de verspreiding van genoemde genotmiddelen, kan in het midden blijven of (naam leerling), zoals de school stelt, geld heeft gekregen voor het geven van de XTC-pil. Zijn handelen wordt aangemerkt als dealen en naar het oordeel van de Commissie had de school in het licht van dat beleid dan ook geen andere keuze dan over te gaan tot verwijdering. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden dat dit proces onzorgvuldig is doorlopen en evenmin is gebleken dat de school niet in redelijkheid tot deze verwijdering heeft kunnen besluiten. Er zijn de Commissie geen feiten en/of omstandigheden ter ore gekomen op grond waarvan geoordeeld moet worden dat verwijdering in het onderhavige geval een buitenproportionele maatregel is. Dat ten aanzien van een ander minder zwaarwegende maatregelen zijn genomen maakt dit niet anders. De Commissie kent de details in die andere zaak niet en daarnaast wordt in het Reglement onderscheid gemaakt tussen de “dealer” en de ontvanger hetgeen mogelijk het verschil in sanctie kan verklaren.

Het meekijken in de telefoon, gegeven de ernst van de situatie is alleszins begrijpelijk en daarom op dat moment geoorloofd was. (naam leerling) heeft ook toestemming gegeven.

De klacht is ongegrond.

Uitspraakdatum
15-5-2020
Klachtnummer
2019/038
Identiteit
Protestants Christelijk
Sectoren
Voortgezet Onderwijs
Commissies
Landelijke Klachtencommissie voor het Christelijk primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneducatie
Onderwerpen
Sancties