You are here

Procedure Geschillencommissies DGO en IGO

Procedure Geschillencommissies DGO en IGO

Een geschil voorleggen aan een Geschillencommissie DGO of IGO

U kunt alleen een geschil voorleggen aan een Geschillencommissie DGO of IGO van de GCBO als de school hierbij is aangesloten. In het Decentraal Georganiseerd Overleg of het Instellingsgeorganiseerd Overleg wordt overleg gevoerd over zaken van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel, met inbegrip van de bijzondere regels volgens welke het personeelsbeleid van de school wordt gevoerd. Over een onderwerp van overleg wordt pas een besluit genomen als over dat onderwerp overeenstemming is bereikt tussen de partijen.

Wie kunnen het geschil voorleggen

Het bevoegd gezag van de school en de vakorganisaties nemen als partij deel aan het Decentraal Georganiseerd Overleg (DGO) in het PO of SPEO, of aan het Instellingsgeorganiseerd Overleg (IGO) in de BVE. In die hoedanigheid kunnen zij een geschil voorleggen aan een Geschillencommissie DGO of IGO.

Binnen welke termijn

Als de partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over een onderwerp van overleg en in een hernieuwd overleg in een bijzondere vergadering deze overeenstemming evenmin bereiken, kan elk van de betrokken vakorganisaties binnen tien werkdagen hierna het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie DGO of IGO.
Als de partijen hebben verklaard af te zien van hernieuwd overleg in een bijzondere vergadering, kan elk van de partijen binnen tien werkdagen nadat is geconstateerd dat geen overeenstemming kan worden bereikt, het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie DGO of IGO.

Ter beoordeling of ter arbitrage

U kunt een geschil ter beoordeling of ter arbitrage voorleggen aan de Geschillencommissie DGO of IGO. Een verzoek tot arbitrage vereist een unaniem besluit van de overlegpartijen.
Legt u het geschil ter beoordeling voor, dan beoordeelt de commissie of het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen het voorgenomen bestuursbesluit in redelijkheid tot uitvoering kan brengen. In haar beoordeling betrekt zij de argumenten van beide partijen. De commissie verstrekt het bevoegd gezag een bindend advies.
Is de Geschillencommissie een verzoek tot arbitrage voorgelegd, dan toetst zij het voorgenomen bestuursbesluit volledig en inhoudelijk. Een arbitrage-uitspraak is bindend voor de partijen.

Hoe kunt u het geschil voorleggen

U maakt het geschil bij de Geschillencommissie aanhangig door een verzoekschrift te sturen naar het secretariaat van de betreffende commissie (Postbus 82324, 2508 EH Den Haag). Stuurt u het verzoekschrift per e-mail in, dan dient u dit ook nog per gewone post te doen.

Inhoud verzoekschrift

Voeg bij uw verzoekschrift alle stukken die met uw geschil te maken hebben en vermeld in uw verzoekschrift in ieder geval:

  • welke aangelegenheid u aan het oordeel van de Commissie wilt onderwerpen;
  • of het een verzoek om beoordeling dan wel een verzoek om arbitrage betreft;
  • de gronden waarop het verzoek berust;
  • uw eigen naam en adres, de naam en het adres van de wederpartij en de namen en adressen van de overige deelnemers van het overlegorgaan;
  • de naam en het adres van de voorzitter van het overlegorgaan.

Ontbreken een of meer van deze gegevens, dan krijgt u van de voorzitter van de Geschillencommissie een bepaalde termijn om deze alsnog aan te leveren. Doet u dat niet binnen die termijn, dan kan de commissie besluiten om het verzoekschrift niet te behandelen.

Ontvangstbevestiging

U krijgt zo snel mogelijk de bevestiging dat de Geschillencommissie uw verzoekschrift heeft ontvangen. Dat betekent nog niet dat de commissie uw verzoekschrift in behandeling neemt. Daarover beslist de commissie apart.

Afschrift naar andere partijen

Van het verzoekschrift en de andere stukken die u aan de Geschillencommissie stuurt, stuurt de commissie een afschrift aan de andere partijen. Deze krijgen de gelegenheid hun gemotiveerde standpunt met bijbehorende stukken bij de commissie in te dienen. De andere partijen krijgen hiervan eveneens een afschrift.

De hoorzitting

Het geschil wordt mondeling behandeld op een hoorzitting van de Geschillencommissie. Op de hoorzitting krijgen partijen de gelegenheid hun standpunten mondeling toe te lichten. Ook kunnen de partijen getuigen en deskundigen laten horen.

Het advies van de Geschillencommissie

Na de zitting beraadslaagt de Geschillencommissie over het geschil. Is de commissie om een oordeel gevraagd, dan beoordeelt zij of het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen het voorgenomen bestuursbesluit in redelijkheid tot uitvoering kan brengen. In haar beoordeling betrekt zij de argumenten van beide partijen. De commissie verstrekt het bevoegd gezag een bindend advies.
Is de Geschillencommissie een verzoek tot arbitrage voorgelegd, dan toetst zij het voorgenomen bestuursbesluit volledig en inhoudelijk. Een arbitrage-uitspraak is bindend voor partijen.
Partijen ontvangen binnen 30 werkdagen een schriftelijke uitspraak van de commissie.